Een paard zoeken
 
stud-book sBs
 
 


 
 

Home/Genetische springindex
Steven Janssens en Walter Vandepitte, Centrum Huisdieren Genetica en Selectie, KULeuven

De index 2006 opladen
De index 2005 opladen
De index 2004 opladen (264 hengsten gerepertorieerd)

In de loop van december 2006 werd de Genetische Spring Index (GSIn2006) voor België vernieuwd. De GSIn wordt sinds 2000 berekend en is een schatting van de erfelijke aanleg van sportpaarden voor springwedstrijden. De index is gebaseerd op de resultaten van sportpaarden in competitie-wedstrijden. De GSIn is een instrument om hengsten die in België goedgekeurd zijn onderling te vergelijken. De berekeningen worden uitgevoerd door het Centrum Huisdieren Genetica –en Selectie, K.U.Leuven in opdracht van het Vlaams Fokkerij Centrum vzw. Hiervoor kan gerekend worden op de steun van de Koninklijke Belgische Ruitersport Federetie (KBRSF), van de Landelijke Rijverenigingen (LRV) en van de stamboeken (BWP, sBs).

Dier model

De indexen worden berekend door gebruik te maken van een “model”. In het geval van de GSIn is dit een dier-model. De term “dier” wijst erop dat prestaties gekoppeld worden aan dieren. Van presterende dieren worden alle bekende voorouders opgenomen in de berekening. De afstammingsinformatie is van wezenlijk belang want alleen door rekening te houden met de verwantschappen tussen dieren kunnen erfelijke en niet-erfelijke invloeden op de sportprestaties ontrafeld worden. In het model wordt op die manier rekening gehouden met de invloed van elke afzonderlijke proef, het geslacht van het paard, de leeftijd van het paard en een dier-eigen effect.
In de Belgische omstandigheden, maar ook in buitenlandse onderzoeken blijkt dat slechts 10% van de verschillen in springprestatie tussen paarden toe te schrijven is aan erfelijke verschillen. In technisch jargon : de erfelijkheidsgraad is 10%. De rest van de verschillen tussen dieren wordt veroorzaakt door niet-erfelijke factoren. Door de lage erfelijkheidsgraad is een indexberekening uitermate zinvol. Een index is dan veel correcter dan een vergelijking op basis van de wedstrijdprestaties zelf.
Niet alle mogelijke wedstrijdgegevens worden gebruikt in de indexberekening. Zo worden prestaties uit de Klasse Beginnelingen van de LRV wedstrijden en prestaties geleverd in het buitenland niet opgenomen. De gegevens uit LRV-wedstrijden en de Klassieke Cyclus worden vanaf 1992 meegenomen. Voor nationale wedstrijden is dit 1996 en voor de Wedstrijden Jonge paarden vanaf 1999. De wedstrijden worden opgedeeld in enerzijds “LRV” (klassen L, M en Z) en anderzijds “KBRSF” (Klassieke Cyclus, wedstrijden jonge paarden BWP en nationale wedstrijden); Hierdoor kan beter rekening gehouden worden met het verschillend karakter van de wedstijden.
 
Tabel 1 :  Kerncijfers bij de berekening van de GSIn2006: aantal wedstrijdprestaties opgesplitst volgens organisatie en het aantal deelnemende paarden, het aantal hengsten en het aantal nakomelingen per hengst

wedstrijdresultaten
 
LRV
256 580
KBRSF
253 471
Totaal
510 051
 
 
paarden met prestaties
33 537
Deelnames per paard
 
Gemiddeld
15.2
standaarddeviatie
19.0
Maximum
219
 
 
vaders van deelnemende paarden
2013
Nakomelingen / vader
 
Gemiddeld
10.5
Standaarddeviatie
34.8
Maximum
964
 
 
Totaal aantal dieren in de berekeningen
79 690
 
Uit bovenstaande tabel is af te lezen dat in de GSIn-berekening van 2006, 33 537 paarden aanwezig zijn met prestaties. Gemiddeld tellen we 15.2 prestaties per paard, met uitschieters tot 219 prestaties voor éénzelfde dier. In de dataset komen 2013 dieren voor als vader van presterende dieren. Dit betekent een gemiddelde van 10.5 paarden per vader maar de verschillen tussen hengsten zijn groot. Het hoogste aantal nakomelingen van dezelfde hengst is 964.
Het afstammingsbestand dat gebruikt wordt in de berekeningen wordt samengesteld uit de bestanden van het Belgisch Warmbloedpaard (BWP) en het Belgisch Sportpaard (sBs). Hiervoor dienen hengsten en een belangrijk deel van de merries hernummerd te worden zodanig dat ze door de computer herkend worden als hetzelfde dier. Deze stap maakt het mogelijk om de informatie van de 2 stamboeken als één geheel te behandelen. Vertrekkend vanaf de BWP of sBs paarden met prestaties worden alle gekende voorouders opgezocht. Nadat vader, moeder, grootouders, over-grootouders enz. zijn toegevoegd tellen we 79 690 dieren in de berekeningen.

Gewicht van informatie-bronnen

Zoals hoger vermeld wordt er gewerkt met een diermodel en daardoor is elke index een combinatie van drie informatiebronnen: eigen wedstrijdprestaties, informatie van de ouders en informatie van nakomelingen. Het relatief belang van elk van deze bronnen varieert van dier tot dier naargelang het aantal eigen prestaties en/of het aantal nakomelingen.
Uit onderstaand overzicht wordt duidelijk dat de informatie van de ouders relatief belangrijk is wanneer er weinig informatie van nakomelingen beschikbaar is. Dit heeft te maken met de lage erfelijkheidsgraad voor springprestaties (0,10). Prestaties van 5 nakomelingen hebben een belang van ongeveer 40 – 50% in de index van een hengst. Wanneer een hengst 50 nakomelingen heeft in de sport wordt de index voor ongeveer 90% bepaald door de prestaties van zijn nakomelingen.
Bij het interpreteren van de indexcijfers moet dus zeker gekeken worden naar het aantal eigen prestaties en het aantal nakomelingen. Bij jonge hengsten spelen eigen prestaties en de index van de ouders een zeer belangrijke rol. Naarmate er meer nakomelingen zijn wordt de index van de hengst meer en meer bepaald door de prestaties van zijn fokproducten.
 
Tabel 2 :  Het relatief belang van verschillende bronnen van informatie in de genetische springindex (erfelijkheidsgraad = 10% en beide ouders gekend)

Aantal
Relatief belang (%)
eigen prestaties
nakomelingen
eigen prestaties
ouders
nakomelingen
7
0
28
72
0
7
5
15
38
47
7
50
3
7
90
 
 
 
 
 
14
0
44
56
0
14
5
26
33
41
14
50
5
7
88
 

Publicatie

Indexen worden gepubliceerd voor hengsten waarbij de betrouwbaarheid tenminste 0,75 bedraagt en met tenminste 5 nakomelingen met prestaties in de beschouwd wedstrijden. In 2006 levert dit een lijst op van 268 hengsten. Ten opzichte van 2005 zijn er 25 hengsten die voor de eerste keer een publiceerbare index krijgen. De hengsten die voldoen aan de criteria maar die ouder zijn dan 30 jaar (dus geboren voor 1986) worden in een afzonderlijke lijst gepubliceerd (41 hengsten).
Een GSIn van 100 komt overeen met het historisch gemiddelde van alle paarden in de berekening. Indexen boven de 100 duiden op een erfelijke aanleg die beter is dan dit gemiddelde, een indexcijfer beneden de 100 geeft aan dat de erfelijke aanleg lager is dan het gemiddelde. De gemiddelde index neemt ieder jaar toe en jonge hengsten hebben gemiddeld een hogere index dan 100 (zie figuur 1). Omdat het aantal goedgekeurde hengsten per jaar beperkt is en wisselt van jaar tot jaar zijn er soms wel schommelingen in de curve.
Figuur 1 : Gemiddelde GSIn (rechtse as) en het aantal hengsten (linkse as) volgens het geboortejaar (berekening 2006)
 
De lijst met de 10% hoogst gerangschikte hengsten wordt gegeven in tabel 3. De volledige lijst van hengsten kan bekomen worden bij BWP, sBs of via de site ftp://ftp.cc.kuleuven.ac.be/pub/chg/PAARDEN
 
 
Tabel 3 : GSI2006 en betrouwbaarheid van de 10% hoogst gerangschikte hengsten (volgens de publiceerbare Genetische Index Springen 2006)

Naam hengst
Land-Stamboek
gebjaar
gsi
betr
QUASIMODO VD MOLENDREEF
BEL-BWP-132037
1993
207.4
0.82
HEARTBREAKER
NDL-WPN-89.4335
1989
189.1
0.98
TOULON
BEL-BWP-163511
1996
181.9
0.94
PHIN PHIN
BEL-BWP-126983
1992
179.8
0.83
OMAR
BEL-BWP-165925
1991
171.1
0.9
GOTHA BRECOURT
FRA-CSF-94293568Q
1994
166.2
0.77
JOYRIDER (EX JAMBO)
NDL-WPN-91.7191
1991
165.2
0.85
VANCOUVER D AUVRAY
BEL-BWP-175577
1998
162.3
0.83
AVONTUUR
NDL-WPN-82.7679
1982
161.5
0.92
RICHEBOURG
BEL-BWP-143866
1994
161.4
0.85
MOZART DES HAYETTES
BEL-SBS-M30318
1996
161.1
0.78
THUNDER VAN DE ZUUTHOEVE
BEL-BWP-160654
1996
161.1
0.91
DARCO
BEL-BWP-1387
1980
160.2
0.99
LANDJUWEEL ST.HUBERT
BEL-SBS-L29799
1995
159
0.81
UTRILLO VAN DE HEFFINCK
BEL-BWP-167450
1997
158.2
0.81
TRESOR D'OPALINE
BEL-BWP-161327
1996
156.4
0.84
CAPPUCINO VAN BERKENBROEK
DEU-OLB-330069896
1996
155.8
0.84
OBOURG O32102
BEL-SBS-O-32102
1998
155.4
0.8
POLIDIKTUS V/D HELLE
DEU-WSF-411732391
1991
155.2
0.9
UP CHIQUI
BEL-BWP-169577
1997
154.3
0.81
SALAMON
BEL-BWP-151052
1995
153.8
0.83
BILLY DU LYS
FRA-CSF-89554478
1989
153.5
0.89
KASHMIR VAN SCHUTTERSHOF
BEL-SBS-K28286
1994
151.9
0.89
TRIOMPHE DE MUZE
BEL-BWP-162109
1996
151.8
0.89
HAPPY WIND
BEL-SBS-H25241
1991
150.8
0.92
UPSILON VAN DE HEFFINCK
BEL-BWP-167452
1997
150.8
0.82
QUINTUS
BEL-BWP-131429
1993
149.5
0.92
 


Acces